Eksempler på bruk av ordet Duitser i setninger på nederlandsk.
|
Aan zijn accent kan men merken dat hij Duitser is.
Man kan se på aksenten hans at han er tysk.
|
|
|
Ik ben altijd wantrouwig wanneer een Duitser een komma verlangt.
Jeg er alltid skeptisk når en tysker ber om et komma.
|
|
| Duitser?" - wegens zijn goede Frans? - "Nee Nederlander". | |
| De politie tast nog steeds in het duister naar de dader van de donderdagnacht vermoorde Duitser. | |
| Een soort zonnetje bleek in de Italiaanse zon de benoeming van de zeer jonge Duitser Dahrendorg (34). | |
| De Duitser Hans Fassnacht verbeterde in Lakewood het Europees record op de 200 meter wisselslag met een tijd van 2.10,9. | |
| Centraal in alle publikaties en uitzendingen staat evenwel de vrees voor rellen, gericht tegen het bezoek van Heinemann als Duitser. | |
| De Zaandamse politie heeft ontdekt, dat uit de woning van mevrouw W. Ros-Arts, waar vorige week de 54-jarige Duitser Karl Ernst d'Alquer vermoord werd gevonden, ook een tas en een parelcollier zijn gestolen. | |
| Peter Postdeloof en BugdahlKemper zijn dan altijd nog wel koppels die er bovenuit steken, maar de koppeling van Duyndam aan de Deen Eugen, van Loevesijn aan de sterke Duitser Oldenburg, van wereldkampioen Ottenbros aan de al befaamde blauwetreinrenner Renz en van de sterke Pijnen aan de meer ervaren Schulze opent zeker perspectieven. | |