Eksempler på bruk av ordet agent i setninger på nederlandsk.
|
Hij is een agent van het FBI.
Han er en FBI-agent.
|
|
|
Neem onmiddellijk contact op met je agent.
Ta kontakt med agenten din med en gang.
|
|
|
Elke agent in Boston is nu op zoek naar Tom.
Hver politimann i Boston leter nå etter Tom.
|
|
|
Zoek onmiddellijk contact met mijn agent bij een noodgeval.
I tilfelle en nødsituasjon, ta straks kontakt med agenten min.
|
|
| Ik ontdekte het pas bij het monteren en begreep toen pas dat slijmverhaal van die agent met z'n diensttijd en of we 't niet even konden regelen. | |
| Dr. Braedock noemt het geval van een vrouw van middelbare leeftijd, die droomde dat ze alleen thuis was toen een politie-agent haar kwam vertellen dat ze een groot bedrag in de voetbalpool had gewonnen. | |