Eksempler på bruk av ordet graven i setninger på nederlandsk.
|
De hond was een put aan het graven.
Hunden gravde et hull.
|
|
|
Op een mooie lentedag, toen Jan in de zandbak in de achtertuin aan het graven was, vond hij een klein doosje. In het doosje zat een blinkende stiletto met een geheimzinnig opschrift.
På en fin vårdag, da Jan gravde i sandkassen i hagen, fant han en liten boks. I boksen var det en skinnende lommekniv med en mystisk inskripsjon.
|
|
| Behalve het aanleggen van een ontsluitingsweg en het graven van grachten voor de ontwatering staat thans het egaliseren van zes hectare terrein op het programma van de werkzaamheden. | |
| Dat moet belangrijker zijn dan het diep graven in het verleden, wat geen miskenning van het belang van dit verleden includeert. | |
| Weet men ongeveer waar zich een slachtoffer in de sneeuwlaag moet bevinden, dan slaagt men in 70 pct. van alle gevallen hem uit te graven, maar het is en blijft een race tegen het horloge. | |