Eksempler på bruk av ordet last i setninger på nederlandsk.
|
Behalve van een verstopte neus, heb ik ook last van verhoging.
I tillegg til tett nese, har jeg også høy feber.
|
|
|
Tot op zekere hoogte hebben we er allemaal last van.
Vi lider alle av det i en viss grad.
|
|
|
Tom heeft last van financiële stress.
Tom lider av økonomisk stress.
|
|
|
Ik wil je niet tot last zijn met mijn problemen.
Jeg vil ikke belaste deg med mine problemer.
|
|
|
Hij was een last voor zijn ouders.
Han var en byrde for foreldrene sine.
|
|
|
Ik heb ook vaak last van eenzaamheid.
Jeg opplever også ofte ensomhet.
|
|
|
Ik heb een beetje last van maagzuur.
Jeg opplever litt halsbrann.
|
|
| Het enige net op Wimbledon staat in het midden van de baan en is de spelers alleen maar tot last. | |
| Op last van de gemeentelijke overheid is dit stadion met nog vier andere voetbalarena's voorlopig gesloten, omdat de verlangde beveiligingsmaatregelen voor de bezoekers niet tijdig (3 augustus) gereed zijn gekomen. | |
| Ook hotelhouders ondervinden veel last van de stookolie. | |
| Dit keer was het "Krapp's last tape", dat de auteur zelve voor de zender "Freies Berlin" had geregisseerd. | |
| Daar komt nog bij, dat allebei mijn kinderen last van wagenziekte hebben. | |