Eksempler på bruk av ordet meester i setninger på nederlandsk.
|
Hij is een meester in het krijgen van zijn zin.
Han er en mester i å få viljen sin.
|
|
|
Ieder zou meester moeten zijn over zijn eigen lot.
Alle burde være mestrene over sine egne skjebner.
|
|
|
Een verstandige vogel kiest zijn boom. Een wijze dienaar kiest zijn meester.
En forsiktig fugl velger sitt tre. En klok tjener velger sin herre.
|
|
| meekomen met de meester | |
| Hij was teleurgesteld, de oude meester, het was hem aan te zien. | |
| hij maakte zich meester van de cockpit | |
| een lichte twijfel maakte zich van hem meester | |
| De "meester" is 70 jaar en of hij het in het vijfde uur nog zal kunnen volhouden, moet blijken. | |
| Hierna maken de zenuwen zich weer meester van Gerrit Kuyl. | |
| Het paard was gehuurd door een achttienjarige jongen uit Den Haag, die volgens de politie de rijkunst niet voldoende meester was en op het strand van het dier viel. | |