Eksempler på bruk av ordet minimumloon i setninger på nederlandsk.
|
Wat is het minimumloon in IJsland?
Hva er minimumslønnen i Island?
|
|
|
Hoe hoog is het minimumloon in Tsjechië?
Hva er minimumslønnen i Tsjekkia?
|
|
|
Zou jij voor een minimumloon werken?
Ville du jobbet for minstelønn?
|
|
|
Ze krijgen maar net het minimumloon betaald.
De får knapt minstelønn.
|
|
| Daaruit blijkt namelijk dat de ondernemers niet bereid zijn een minimumloon van flo 230 per week te garanderen. | |
| Wat de taxichauffeurs het meest in de nieuwe loonopbouw afschrikt, is dat zij niet onder alle omstandigheden het gevraagde minimumloon kunnen verdienen. | |
| De Aow moet echter geleidelijk tot het netto-minimumloon worden verhoogd, omdat daarvoor maar een deel van deze jaarlijkse inkomensstijging mag worden gebruikt. | |