Eksempler på bruk av ordet mode i setninger på nederlandsk.
|
Dat is de nieuwste mode.
Det er den nyeste moten.
|
|
|
De mode verandert snel.
Mote forandrer seg raskt.
|
|
|
Zijn kapsel is uit de mode.
Frisyren hans er ute av stil.
|
|
|
Maria is verslaafd aan mode.
Mary er en moteslave.
|
|
|
Minirokjes zijn uit de mode geraakt.
Miniskjørt har forsvunnet fra moten.
|
|
|
Ze weet veel over de laatste mode.
Hun vet mye om de nyeste motene.
|
|
|
Minirokjes zijn weer in de mode.
Miniskjørt er tilbake i moten igjen.
|
|
|
Korte rokken zijn niet meer in de mode.
Korte skjørt er allerede ute av moten.
|
|
| Ik geloof ook dat het even een mode-verschijnsel is ". | |
| Maar niet als het vanwege de mode is. | |
| Hoe noemt men een (jonge)man die met overdreven zorg de mode volgt? | |
| Burgemeester Thomassen wees gisteren tijdens de behandeling van zijn beleidsnota de kosten/batenanalyse, de modernste economische methode, echter als een mode van de hand. | |
| Samen zijn zij ook zeer mode-bewust en op deze foto die Terry O Neill van hen voor ons maakte kan men ook zien hoe Britt het meisje van de onschuldige glimlach en het lange wapperende haar in korte tijd veranderd is tot een jonge vrouw van de jaren zeventig, die fier maar mooi in de toekomst kijkt. | |