Eksempler på bruk av ordet model i setninger på nederlandsk.
|
Ik heb het nieuwste model fiets.
Jeg har en sykkel av den nyeste modellen.
|
|
| Chevrolet brengt voor 1970 een nieuw model uit: | |
| C. Hoogstraten met een "zeilkunstige" toespraak, Jan Koersen met een prachtig cadeau in de vorm van het model van een startschip, dat door de gezamenlijke OSS-ers zal worden bekostigd. | |
| Alhoewel voorlopig alleen een tweedeurs model leverbaar is, ligt het in de lijn der verwachtingen, dat op den duur ook een vierdeurs type zal worden uitgebracht. | |