Eksempler på bruk av ordet paradijs i setninger på nederlandsk.
|
Nu zijn we bang voor het paradijs dat we hebben gebouwd.
Nå er vi redde for paradiset vi skapte.
|
|
| Hoe heet het kubusvormige stenen bouwwerk met een zwarte steen van het paradijs, dat in de grote moskee van Mekka staat? | |