Eksempler på bruk av ordet proef i setninger på nederlandsk.
|
Is hij geslaagd voor de proef?
Bestod han testen?
|
|
|
Mijn 3-jarige stelt werkelijk mijn geduld op de proef!
Min 3-åring prøver virkelig tålmodigheten min!
|
|
| Ze ondergingen twee proeven per dag, 's morgens en 's middags, en werden voor elke proef ingespoten met of een oplosmiddel, of 10, 20 of 30 miligram metyl-amfetamine. | |
| Holland Sport zal zich, via de intertoto-competitie, waarin ook "proef"- dus nog niet gecontracteerde - spelers mogen uitkomen, op het nieuwe seizoen voorbereiden ". | |