Eksempler på bruk av ordet ski i setninger på nederlandsk.
|
Ik ski graag.
Jeg liker å stå på ski.
|
|
| Nauwelijks was de familie, die reisde in een eigen treinrijtuig dat in Venlo was gekoppeld aan de Vorarlberg-express in Lech gearriveerd, of prinses Beatrix (in een eskimo-jack van zeehondenbont) stapte op de ski's en maakte haar eerste afdalingen. | |