Termin på nederlandsk

Vi har én oversettelse av Termin i tysk-nederlandsk ordbok med synonymer, definisjoner, eksempler på bruk og uttale.

Annonsering

Eksempler på Termin

  • Haben Sie einen Termin?
  • Hebt u een afspraak?
    Hebt u een afspraak?
  • Ich habe um sechs einen Termin mit ihm.
  • Ik heb om zes uur een afspraakje met hem.
  • Es tut mir leid, den Termin in letzter Minute abzusagen.
  • Het spijt mij dat ik de afspraak op het laatste moment moet afzeggen.
  • Ich habe einen Termin beim Arzt.
  • Ik heb een afspraak met de dokter.
  • Ich hätte gerne einen Termin bei Dr. King.
  • Ik wil graag een afspraak met Dr. King maken.
  • Eine plötzliche Krankheit zwang sie, den Termin abzusagen.
  • Door plotselinge ziekte moest ze haar afspraak afzeggen.
  • Tom hat um halb drei einen Termin beim Zahnarzt.
  • Tom heeft om half drie een afspraak bij de tandarts.
  • Ich habe um einen Termin gebeten, aber er wollte sich nicht die Zeit für mich nehmen.
  • Ik vroeg om een afspraak maar hij kon geen tijd voor me vrijmaken.
Vis mer
Loading...

Hjelp oss å bli bedre

Bli med å gjøre denne ordboken enda bedre! Du kan legge til en oversettelse som ikke fins i ordboken, eller du kan stemme et allerede foreslått ord rett eller galt.

Legg til en oversettelse

Vet du hva den nederlandske oversettelsen for det tyske ordet "Teigwaren" er?