Bøying av verbet snel draaien

Bøying av det nederlandske verbet snel draaien i alle sine former.

Annonsering
Nominale vormen
Infinitiv: snel draaien
Present participle: snel draaiend
Partisipp: gesnel draaid


Presens
iksnel draai
jij/u (je)snel draait
hij/zij/Hetsnel draait
wij (we)snel draaien
julliesnel draaien
zij (ze)snel draaien
Perfektum
ikheb gesnel draaid
jij/u (je)hebt gesnel draaid
hij/zij/Hetheeft gesnel draaid
wij (we)hebben gesnel draaid
julliehebben gesnel draaid
zij (ze)hebben gesnel draaid
Past
iksnel draaide
jij/u (je)snel draaide
hij/zij/Hetsnel draaide
wij (we)snel draaiden
julliesnel draaiden
zij (ze)snel draaiden
Past perfect
ikhad gesnel draaid
jij/u (je)had gesnel draaid
hij/zij/Hethad gesnel draaid
wij (we)hadden gesnel draaid
julliehadden gesnel draaid
zij (ze)hadden gesnel draaid
Presens futurum
ikzal snel draaien
jij/u (je)zult snel draaien
hij/zij/Hetzal snel draaien
wij (we)zullen snel draaien
julliezullen snel draaien
zij (ze)zullen snel draaien
Presens futurum perfektum
ikzal gesnel draaid hebben
jij/u (je)zult gesnel draaid hebben
hij/zij/Hetzal gesnel draaid hebben
wij (we)zullen gesnel draaid hebben
julliezullen gesnel draaid hebben
zij (ze)zullen gesnel draaid hebben
Kondisjonalis

Preteritum
ikzou snel draaien
jij/u (je)zou snel draaien
hij/zij/Hetzou snel draaien
wij (we)zouden snel draaien
julliezouden snel draaien
zij (ze)zouden snel draaien
Presens perfektum
ikzou gesnel draaid hebben
jij/u (je)zou gesnel draaid hebben
hij/zij/Hetzou gesnel draaid hebben
wij (we)zouden gesnel draaid hebben
julliezouden gesnel draaid hebben
zij (ze)zouden gesnel draaid hebben
Imperativ

Bekreftende
jij/u (je)snel draai
Fargeforklaringer
  • Blå = Regelmessig
  • Rød = Uregelmessig
  • Oransje = Vokalskifte
Loading...