Eksempler på bruk av ordet Fransman i setninger på nederlandsk.
|
Hij is Fransman.
Han er fransk.
|
|
|
De collega die getrouwd is met een Fransman, is naar Parijs.
Kollegaen hvis mann er fransk har reist til Paris.
|
|
|
Een Fransman bijvoorbeeld kan misschien moeilijk lachen om een Russische grap.
En fransk mann, for eksempel, kan ha vanskelig for å le av en russisk vits.
|
|
| De Fransman Izier werd tweede voor Polidori en Zilioli. | |
| Naar welke Fransman werd de eenheid van druk genoemd? | |
| Dat geschiedde door de Fransman Geneste die met Odeon K in 54,3 sec. foutloos over de hindernissen raasde. | |
| Welk land kreeg in 1534 zijn naam van de Fransman Jacques Cartier? | |
| De grijzende Fransman met het hoge voorhoofd, die deze constateringen even exact als gelaten formuleert, is Roger Garaudy. | |
| Na hem stuurde de Nederlander Brugman met Sky High eveneens snel over de hindernissen maar de tijd van de Fransman kon hij toch niet benaderen. | |