Eksempler på bruk av ordet Leeds i setninger på nederlandsk.
|
Hij is professor Engels in Leeds.
Han er professor i engelsk ved Leeds.
|
|
| Maar als we spelen in de vorm, die we de laatste tijd vooral tegen Leeds demonstreerden, dan winnen we. | |
| De nieuwe PSV-Deen had Hutchinson, de grote figuur in de Cupfinale tegen Leeds United, volledig in zijn macht. | |
| Op het programma staan gedeelten uit de rockopera "Tommy" en uit het album "The Who Live at Leeds", dat in Amerika al een gouden plaat heeft gehaald. | |
| De huidige kampioen Leeds United behield de vierde plaats door een gelijk spel (1-1) tegen West Bromwich Albion. | |