Eksempler på bruk av ordet Thomas i setninger på nederlandsk.
|
Thomas zwom.
Thomas svømte.
|
|
|
Wat stopte Thomas in de zak?
Hva la Tom i posen?
|
|
|
Thomas kookt een ei.
Tom lager et egg.
|
|
|
Thomas houdt van schrijven.
Tom elsker å skrive.
|
|
|
Thomas wil chirurg worden.
Tom ønsker å bli en kirurg.
|
|
|
Thomas wacht op iemand.
Tom venter på noen.
|
|
|
Ik botste bijna tegen Thomas aan.
Jeg nesten kolliderte med Thomas.
|
|
|
We noemden hem Thomas naar zijn grootvader.
Vi ga ham navnet Thomas etter bestefaren sin.
|
|
|
Thomas opende zijn ogen en keek in het rond.
Tom åpnet øynene og så seg rundt.
|
|
| Wie is Thomas Klante? | |
| Op welke leeftijd overleed Thomas 'Tip' O'Neill? | |
| Hoe heet de zoon van de schrijver en Nobelprijswinnaar Thomas Mann? | |
| In welk jaar werd de Nobelprijs toegekend aan Thomas Mann? | |
| In welke kathedraal werd de aartsbisschop Thomas Becket in 1170 vermoord? | |
| In 1971 verfilmde Luchino Visconti een novelle van Thomas Mann. Welke? | |
| Met welke drank zijn Thomas Hine, Richard Hennessy en Jean Martell onlosmakelijk verbonden? | |
| Nakken is de man, die als eerste in deze organisatie duidelijk stelling heeft genomen tegen de komst van het Zuidafrikaanse Thomas Cupteam naar Nederland. | |
| Wie is de vierde president wiens hoofd is uitgehouwen in Mount Rushmore? De andere drie zijn: Thomas Jefferson, Theodore Roosevelt, Abraham Li | |
| De terugketsende bal werd door Thomas Haan knap opgevangen en vanuit een vrij moeilijke hoek deponeerde hij het leer keurig in het Eindhovense doel (1-0). | |
| Hij speelde een van Bachs preludia en fuge in c groot en verder twee korte stukken van Thomas Tomkins, waarbij ook een orgelduo samen met dirigent Willcocks. | |