Eksempler på bruk av ordet argument i setninger på nederlandsk.
|
Zijn argument was verre van rationeel.
Hans argument var langt fra rasjonelt.
|
|
|
Objectief gezien, was zijn argument helemaal niet redelijk.
Fra et objektivt synspunkt var argumentet hans langt fra rasjonelt.
|
|
|
Tijdens de vergadering sprak hij veel, maar zijn argument hield geen water.
På møtet sa han mye, men argumentet hans holdt ikke vann.
|
|
| Was toen vooral het argument, dat daarmee een goede afzet van het gas gewaarborgd zou zijn, later is daar nog het argument bij gekomen van de luchtvervuiling (een op aardgas gestookte schoorsteen draagt heel wat minder aan de luchtvervuiling bij). | |
| We menen zo maar het laatste argument. | |
| Onlangs heeft dr. Schilling van de universiteit van Rhode Island een nieuw argument aangevoerd. | |
| Het argument was, dat de slager aan het eind van de Kanaalstraat niet mee wilde werken door 'n stuk van zijn grond af te staan. | |
| Hij staaft zijn beroep met het argument, dat mensen straffen hebben gekregen, die op hun strafblad blijven staan, waardoor ze jarenlang gehinderd worden in hun carriere. | |