Eksempler på bruk av ordet cent i setninger på nederlandsk.
|
Het is een fluitje van een cent.
Det er lett som et plett!
Det er så lett som bare det.
Det er veldig enkelt.
|
|
|
Dat was een fluitje van een cent.
Det var en spasertur i parken.
Det var en enkel sak.
Det var barnelek.
|
|
|
Dat is een fluitje van een cent.
Det er lett som et plett!
Det er et stykke pai.
Dette er en enkel sak.
|
|
|
Dat zal je geen cent kosten.
Det vil ikke koste deg en krone.
|
|
|
Ze waren ongeveer 25 cent per pond goedkoper.
De kostet omtrent 25 cent mindre per pund.
|
|
|
Hij geeft nooit een cent van zijn geld weg.
Han gir aldri bort noe av pengene sine.
|
|
|
Deze pop kost maar zestig cent.
Denne dukken koster bare seksti cent.
|
|
|
Zijn ideeën hebben hem nooit een cent opgeleverd.
Hans ideer har aldri tjent ham en krone.
Hans ideer tjente ham ikke en eneste krone.
|
|
|
Zijn ideeën hebben hem nooit een cent opgebracht.
Hans ideer har aldri tjent ham en krone.
|
|
| Maar telkenjare kon wel de giro een zoete cent afdragen aan het Rijk. | |
| Dat betekent dat de stad elke RET-passagier (per rit dus!) met dertig cent subsidieerde. | |
| De melk zal met ingang van maandag 10 november met een cent per liter duurder worden. | |
| De kosten, die de RET per vervoerde reiziger maakte, bedroegen 55 cent, maar de opbrengst was slechts een kwartje. | |