Eksempler på bruk av ordet eend i setninger på nederlandsk.
|
De koe loeit, de haan kraait, het varken knort, de eend kwaakt en de kat miauwt.
Kua båser, hanen galer, grisen grynter, anda kvakker, og katten mjauer.
|
|
| Prachtig weer, maar koud, door een loeiende noordooster die de Eend deed schudden. | |
| Van welke eend wordt vooral op ijsland het dons verzameld voor kussens en dekens? | |