Eksempler på bruk av ordet hal i setninger på nederlandsk.
|
Vanuit de hal kun je naar de woonkamer, de keuken en de wc, of met de trap naar boven, waar de slaapkamers en de badkamer zijn.
Fra gangen kan du nå stuen, kjøkkenet og toalettet, eller du kan ta trappen opp, hvor soverommene og badet er.
|
|
|
Er loopt een mier in de hal.
Det er en maur i gangen.
|
|
| In de hal die naar de kleedkamers van Telstar leidt hangt sinds enkele weken een oproep aan de spelers om hun bank- of gironummer aan de administrateur op te geven. | |
| De maquette van het monument stond daar opgesteld in de hal. | |