Setninger med kapper

Eksempler på bruk av ordet kapper i setninger på nederlandsk.

Annonsering
 
Ga naar de kapper.
Gå til frisøren.
Gå til frisøren.
Ben je naar de kapper geweest?
Har du vært hos frisøren?
Ze ging naar de kapper.
Hun gikk til frisøren.
Ik ben naar de kapper geweest.
Jeg har vært hos frisøren.
Ik ga elke maand naar de kapper.
Jeg går til frisøren en gang i måneden.
Oh, je bent naar de kapper geweest.
Åh, du har vært hos frisøren.
Åh, du var hos frisøren.
Het wordt tijd dat je naar de kapper gaat.
Det er på høy tid du gikk til frisøren.
Ga naar de kapper en laat je haar snijden.
Gå til frisøren for å få klippet håret ditt.
Weet je naar welke kapper Tom gewoonlijk gaat?
Vet du hvilken frisørsalong Tom vanligvis går til?
Duitse mannen gaan vaker naar de kapper dan Duitse vrouwen.
Tyske menn går oftere til frisøren enn tyske kvinner.
Kapper Sachteleben knikte.
Kijk eens wat vaker in de spiegel van de kapper!
De kapper scheert zijn klanten met een groot scheermes.
De noodkreet van onze kapper herinnerde er ons aan dat ook wij ons weer in geen maanden onder zijn mes hadden begeven, zodat we - door ons geweten gedreven - naar binnen stapten.

Siste søk