Setninger med wolf

Eksempler på bruk av ordet wolf i setninger på nederlandsk.

Annonsering
 
Een wolf bijt geen wolf.
En ulv biter ikke en ulv.
Is het een wolf?
Er det en ulv?
De wolf ging het kippenhok in.
Ulven gikk inn i hønsehuset.
Je bent een wolf in schaapskleren.
Du er en ulv i fåreklær.
Ik ontmoette een wolf in een droom.
Jeg møtte en ulv i en drøm.
De vrees maakt de wolf groter dan wat hij is.
Frykten gjør ulven større enn den er.
In mijn droom kwam ik een wolf tegen.
I drømmen min møtte jeg en ulv.
Hoe hard je ook "Oe-oe!" roept, in een wolf verander je toch niet.
Uansett hvor høyt du skriker "Oo-oo!", vil du ikke bli til en ulv.
De mens is een wolf voor de mens.
Mennesket er en ulv mot mennesket.
Want er waren ook grote zorgen over de ernstig zieke mecanicien Jaap van der Wolf.
Er is intussen ook een Westduitse uitgave van de tweede roman van Christa Wolf, Nachdenken uber Christa T. (Luchterhand Verlag, Neuwied, prijs Dm 14,80) verschenen.
Juffrouw Ooievaar, de Hamsters, Jodokus de Marmot, Truus de Mier, Stoffel de Schildpad, Jacob de Uil, Momfer de de Mol, Droes de Beer, Ed en Willem Bever, Meneer de Raaf, Zoef de Haas, Bor de Wolf, Lowieke de Vos, Meindert het Paard en Gerrit de Duif.

Siste søk