Eksempler på bruk av ordet bron i setninger på nederlandsk.
|
De plaats waar een rivier begint, is haar bron.
Stedet hvor en elv begynner er dens kilde.
|
|
| Gewoon, via de Nederlandse posterijen, die er al met al ook een aardige bron van inkomsten bij hebben gekregen. | |
| Zij kunnen het veld beter overzien dan wie ook en zij hebben er een heel groot belang bij, want hun voornaamste bron van inkomsten bestaat uit rentebaten. | |
| Aangezien het toerisme een steeds attractiever bron van inkomsten voor welhaast alle landen betekent, dreigt voor onze trekvogels een nieuw gevaar. | |