Eksempler på bruk av ordet centrum i setninger på nederlandsk.
|
Het stadhuis is in het centrum.
Rådhuset er i sentrum av byen.
|
|
|
Het Marktplein is het historische centrum van de stad.
Markedsplassen er byens historiske sentrum.
|
|
|
Het huis dat ik gekocht heb ligt ver van het centrum.
Huset jeg kjøpte er ganske langt fra sentrum.
|
|
|
Het is duur om een kantoor te huren in het centrum van Boston.
Det er dyrt å leie et kontor i sentrum av Boston.
|
|
|
Het stadhuis bevindt zich in het centrum van de stad.
Rådhuset ligger i sentrum av byen.
|
|
|
Het vliegveld ligt vrij ver van het centrum van de stad.
Flyplassen er ganske langt fra sentrum.
|
|
|
Welke trein gaat naar het centrum?
Hvilket tog går til sentrum?
Hvilket tog går til sentrum?
Hvilket tog går til bysentrum?
Hvilket tog går til sentrum?
Hvilket tog går til sentrum?
Hvilket tog går til bysentrum?
|
|
|
Je zou moeten weten dat de aarde niet het centrum van het heelal is.
Du bør vite at jorden ikke er sentrum av kosmos.
|
|
|
Mijn moeder is gisteren inkopen gaan doen in het centrum.
Min mor var på shopping i sentrum i går.
|
|
|
Alle musea in mijn stad bevinden zich in het centrum.
Alle museene i byen min ligger i sentrum.
|
|
| Overigens heeft Leiden eveneens een klinisch centrum in voorbereiding, in samenwerking met het Rijnland-revalidatie-centrum in Katwijk. | |
| Het is het eerste centrum in Nederland waar een klinische behandeling wordt toegepast. | |
| Ze zijn nu nog aangesloten op de centrale Groningen-centrum, hetgeen betekent dat hun nummer met een 2 of een 3 begint. | |
| Op initiatief van de vakbeweging is deelname aan de verkiezing onthouden aan twee nieuwe groeperingen, het Experimenteel Front en de Hernieuwde coalitie centrum links. | |
| Naast congreszalen zou het centrum ook expositieruimten moeten omvatten en mogelijkheden voor sportevenementen als ijsrevues, alsmede voor andere recreatieve doeleinden. | |