Eksempler på bruk av ordet fortuin i setninger på nederlandsk.
|
Hij liet zijn zoon een fortuin na.
Han etterlot sønnen sin en formue.
|
|
|
John erfde een groot fortuin.
John arvet en stor formue.
|
|
|
Deze diamant kost een fortuin.
Denne diamanten koster en formue.
|
|
| de boeken kosten ons een klein fortuin | |
| het kost een fortuin om de schade te vergoeden | |
| het kost me een fortuin om de schade te vergoeden | |
| Wij betalen hem een fortuin voor zijn adviezen | |
| Hem werd een fortuin betaald voor zijn adviezen | |
| Hij krijgt een fortuin betaald voor zijn adviezen | |
| om alle schade te vergoeden kost ons een klein fortuin | |
| om alle schade te vergoeden kost een klein fortuin | |
| het kost ons een fortuin dat ons huis verbouwd moet worden | |
| het kost een fortuin dat ons huis verbouwd moet worden | |
| dat ons huis verbouwd moet worden kost een klein fortuin | |
| dat ons huis verbouwd moet worden kost ons een klein fortuin | |
| De heer Fortuin heeft jarenlang bemiddeld tussen verzekeringsbedrijven en clienten. | |
| Deze serie is gebaseerd op een manuscript van de hand van de heer P. C. Fortuin, verzekeringsagent in Goirle. | |
| De Engelsen hadden de fortuin mee, dat het juist op deze dinsdagmiddag aanzienlijk koeler was dan in de weken ervoor. | |
| Zijn bezwaren tegen het verzekeringsbedrijf als spaarbank uit de heer Fortuin in duidelijke, voor iedere geinteresseerde leek verstaanbare, termen. | |