Eksempler på bruk av ordet put i setninger på nederlandsk.
|
Het geld ligt in de put.
Pengene er i brønnen.
|
|
|
De hond was een put aan het graven.
Hunden gravde et hull.
|
|
| Buitenechtelijk verkeer - zo waarschuwt hij - gaat altijd gepaard met nerveuze spanningen en put het lichaam uit. | |