Eksempler på bruk av ordet schema i setninger på nederlandsk.
|
Ik heb een erg druk schema.
Jeg har en veldig full timeplan.
|
|
|
We hebben een strak schema.
Vi har en stram timeplan.
|
|
| We blijven zeker onder de miljoen en zullen voor het geld zuinig en volgens uitgekiende schema's moeten werken. | |
| Kort gesteld komt het door hem opgebouwde systeem van behandeling hierop neer dat hij op elke denkbare wijze en volgens een bepaald op de ervaring opgebouwd schema alles doet waarmee hij de algemene conditie van de patient denkt te kunnen beinvloeden opdat de natuurlijke weerstanden het zullen winnen van de kanker. | |